Het Klimaatakkoord en het “kwartje van Kok”

Op 10 juli a.s. zal het Klimaatakkoord worden gepresenteerd. Volgens goed Hollands gebruik is er al veel gelekt waardoor we vooruitlopend op de presentatie toch al een eerste oordeel kunnen geven van de zaken die onder de opgelichte tipjes van de sluier zichtbaar zijn geworden.

Energiebelasting op gas hoger

De energiebelasting op gas lijkt maar liefst 75% te gaan stijgen om gebruikers zover te krijgen van het gas af te gaan. Hier staat tegenover dat de energiebelasting op elektriciteit zal dalen. Volgens Diederik Samsom zal dit voor een gemiddeld huishouden betekenen dat de energielasten niet zullen stijgen. Het treffen van isolatiemaatregelen betekent  dan dat de energielasten zullen dalen en dus snel lonend worden.

De vraag is dan natuurlijk wel waarom mensen van het gas af zullen gaan als het financieel niets zal uitmaken. De investering in bijvoorbeeld een warmtepomp is aanzienlijk hoger dan een CV-ketel . Mede vanwege de vaak noodzakelijke vervanging van radiatoren. De terugverdientijd zal dan toch overzichtelijk kort en gegarandeerd moeten zijn om gebruikers deze investeringen te laten doen. Bij de terugleversubsidie (= de opvolger van de salderingsregeling) gaat de minister uit van een terugverdientijd van 7 jaar. Dat lijkt in dit geval onhaalbaar. Als we de meerprijs van de vervanging van een CV-ketel door een warmtepomp + zwaardere radiatoren eens vaststellen op € 7.000. De jaarlijkse besparing dient dan minimaal € 1.000 te zijn om een terugverdientijd van 7 jaar te kunnen realiseren. Dit gaat niet gebeuren, sterker nog zonder aanvullende isolatiemaatregelen zal de energierekening waarschijnlijk zelfs hoger uitvallen. We zijn benieuwd welke aanvullende maatregelen worden bedacht om gebruikers te verleiden om deze forse investeringen vrijwillig te gaan doen.

Vastrecht elektriciteit hoger

De energietransitie zal tot gevolg hebben dat het elektriciteitsnet moet worden verzwaard. Deze extra investeringen zullen resulteren in hogere onderhoudslasten voor de netbeheerders. Deze lasten worden verwerkt in het zogenaamde capaciteitstarief dat onderdeel uitmaakt van de kosten voor het netbeheer. Sommige deskundigen menen dat dat capaciteitstarieven hierdoor kunnen verdubbelen. Of dit ook het geval zal zijn en zo ja wanneer, valt op dit moment niet te voorspellen. Maar ervan uitgaan dat de tarieven gelijk zullen blijven is ook niet realistisch. En daarmee worden gelijkblijvende energielasten dus ook een utopie.

Wie betaalt, bepaalt?

Doorgaans zijn de partijen die de rekening betalen ook de partijen die bepalen of en wat er zal gebeuren. Bij de energietransitie lijkt dat niet het geval te zijn. Deze bevoegdheid lijkt bij de gemeenten  te worden neergelegd. De vraag rijst in hoeverre een gemeente kan beoordelen welke keuzes hierbij gemaakt moeten worden. Feit is dat met de energietransitie zeer aanzienlijke investeringen zijn gemoeid en dat er sprake is van veel technologische ontwikkelingen. De inhoudelijke kennis bij veel gemeenten is doorgaans beperkt en de lokale politiek is relatief makkelijk beïnvloedbaar is. Dit lijkt geen ideale combinatie voor een goede besluitvorming. Daarnaast lijkt het ondenkbaar dat de gevolgen van de energietransitie voor burgers in de ene gemeente anders kunnen uitpakken dan in de andere gemeente.

Stoppen met investeren?

Betekent dit alles nu dat corporaties of andere gebouweigenaren maar niet moeten investeren in de energietransitie? Nee, maar het lijkt wel verstandig om bij de selectie van te renoveren complexen dit op een dusdanige wijze te doen dat iedere (maatschappelijke) Euro zo goed mogelijk onderbouwd zal worden uitgegeven. Dit moet natuurlijk bij iedere investering gebeuren, maar alleen met goed onderbouwde besluiten kan bij deze specifieke investeringen de discussie met huurders en andere stakeholders op een goede wijze worden gevoerd. Want dat de energietransitie budgettair neutraal gaat verlopen kunnen we scharen in de categorie “kwartje van Kok”.

Geef een reactie