Salderen wordt subsidie voor terugleveren.

Voor het terugleveren van zelf opgewekte elektriciteit geldt op dit moment de salderingsregeling. In het kort komt het er op neer dat voor iedere terug geleverde Kilowatt net zoveel wordt ontvangen als hiervoor wordt betaald. Het komt er dus op neer dat het elektriciteitsnet wordt gebruikt als energieopslag, want de overdag opgewekte elektriciteit wordt “gratis” afgenomen op de momenten dat niets (’s avonds) of tekort wordt opgewekt. Een regeling die in de praktijk prima werkt, maar voor de overheid wat te kostbaar wordt als hier niets aan verandert. De afbouw van de salderingsregeling zat er al een tijdje aan te komen. Minister Wiebes heeft in een brief aan de Tweede Kamer aangegeven hoe hij de salderingsregeling in 2020 wil ombouwen naar een terugleversubsidie.

De terugleversubsidie

Hoe gaat de terugleversubsidie werken? De prijs van elektriciteit bestaat  naast de “kale” energieprijs ook uit energiebelasting (ca. € 0,11) en btw (ca. € 0,04). Bij de salderingsregeling vormen de beide belastingcomponenten feitelijk de subsidie per terug geleverde Kilowatt. Er is geen relatie met de hoogte van de investering (waar sprake is van een dalende tendens) of de daadwerkelijk opgewekte hoeveelheid elektriciteit (waar sprake is van een stijgende tendens). De terugverdientijd wordt dus steeds korter terwijl de kosten voor de overheid sterk toenemen. Met de terugleversubsidie wordt nu tegemoetgekomen aan de nadelen van de salderingsregeling. Enerzijds wordt een terugverdientijd van 7 jaar nu het uitgangspunt. Dus dalende investeringen en/of betere rendementen van zonnepanelen zullen dus resulteren in een lagere subsidie. Anderzijds wordt de totale terugleversubsidie gemaximaliseerd. En dat is voor de overheid natuurlijk een prima manier om de uit te keren subsidies binnen de perken te houden, maar kan ook betekenen dat je als aanvrager te laat kan zijn met je aanvraag en dus niets krijgt omdat de pot leeg is. Een mogelijk niet onbelangrijk nadeel van de regeling die overigens nog wel verder uitgewerkt moet worden. Daarnaast vormt de plaatsing van een “slimme” meter een uitgangspunt bij de nieuwe regeling. Ook nog wel een dingetje voor verdere uitwerking want daar zitten ook nog wel wat privacyzorgen. De minister heeft toegezegd om aan deze zorgen tegemoet te komen.

Terugleversubsidie bij huurders

Vooropgesteld moet worden dat er nog weinig bekend is over de wijze waarop de terugleversubsidie wordt uitgewerkt. Desondanks kunnen er nu toch al wel een aantal conclusies worden getrokken.

In tegenstelling tot de salderingsregeling lijkt de terugleversubsidie eindig te zijn. Zodra de terugverdientijd van 7 jaar is bereikt, eindigt de subsidie en resteert een vergoeding voor de teruglevering van de “kale” energie.

Verhuurders die hun huurders een maandelijkse bijdrage voor de geplaatste zonnepanelen laten betalen dienen hier rekening mee te houden. Daarnaast lijkt de subsidie jaarlijks te moeten worden aangevraagd en te worden verrekend met de energienota. Dit lijkt niet alleen een omslachtige regeling voor iedereen die er mee te maken krijgt maar zal tevens resulteren in extra administratieve lastendruk bij de verhuurder. Want de vragen van huurders bij het aanvragen van de subsidie zullen meestal bij de verhuurder terecht komen en deze zal dit op een adequate wijze moeten registreren.

Daarnaast kan afgevraagd worden of alle huurders in staat zullen zijn een aanvraag in te dienen (niet alle senioren hebben bijvoorbeeld een computer). Kortom, bij de uitwerking van de regeling heeft de minister nog wel wat hobbels weg te werken. Toch lijkt de terugleversubsidie een goede vervanging van de salderingsregeling mits de minister aan iedereen die er gebruik van wil maken, vooraf de zekerheid kan geven dat er sprake is van een terugverdientijd van 7 jaar.

 

 

Geef een reactie