Te koop: 1 mln sociale huurwoningen

De minister als vastgoedbemiddelaar

Tijdens de economische dip van enige jaren geleden geloofde minister Blok dat buitenlandse beleggers de oplossing konden bieden voor de verminderde vastgoedinvesteringen. Zo ging hij bijvoorbeeld tijdens de Expo Real in München actief op zoek naar partijen die hij kon interesseren in de investeringen in Nederlandse huurwoningen in de vrije sector. Ongetwijfeld zal tijdens deze gesprekken ook de grote hoeveelheid sociale huurwoningen op de Nederlandse woningmarkt ter sprake zijn gekomen en de mogelijkheid om deze te transformeren naar de vrije sector. En niet zonder succes, want inmiddels zijn een behoorlijk aantal woningen van woningcorporaties opgekocht door buitenlandse beleggers. Sindsdien is het stokje op het ministerie overgenomen door minister Ollongren. Een ander gezicht, een andere partij, maar het beleid blijft hetzelfde. Sterker nog, er wordt met een Engelstalige promotiewebsite (www.investingindutchhousing.nl) nog een tandje bij gezet om buitenlandse partijen te enthousiasmeren voor o.a. de aankoop van 1 mln (1.000.000 !) sociale huurwoningen. De vraag is waarom het ministerie zo actief is terwijl hier geen economische noodzaak meer voor is en zich niet beperkt tot het maken van beleid. Dat vindt de gemeente Amsterdam inmiddels ook.

Amsterdam en de foute vastgoedbeleggers

In de basis streeft iedere belegger naar een optimaal rendement. Door in het buitenland te investeren ga je er als belegger dus van uit dat het rendement daar hoger zal zijn. Bij monde van wethouder Ivens melden zich, mede door de aansporingen van de Nederlandse overheid, met grote regelmaat foute buitenlandse vastgoedbeleggers die snel geld willen verdienen en als een soort huisjesmelker willen optreden. Dit terwijl de gemeente Amsterdam juist op zoek is naar partijen die iets willen toevoegen. En dit terwijl het huidige kabinet in het regeerakkoord juist o.a. de samenwerking met mede-overheden en woningcorporaties propageert en zich op het standpunt stelt dat de lokale partijen maatwerkafspraken met elkaar moeten maken m.b.t. de woningmarkt. Kortom, het ministerie lijkt met haar website deze partijen juist tegen te werken dan te ondersteunen. Want ook het in de etalage plaatsen van 1.000.000 sociale huurwoningen levert meer vragen op dan antwoorden.

Te koop: 1.000.000 sociale huurwoningen

Op de site wordt aangegeven dat ongeveer 1.000.000 gereguleerde woningen een dusdanig kwaliteit hebben dat ze kunnen worden aangeboden in de vrije sector. Dit zijn dus woningen met meer dan 142 waarderingspunten waardoor ze boven de liberalisatiegrens van € 710 kunnen worden verhuurd. In de praktijk vormen de oppervlakte en de WOZ-waarde de belangrijkste onderleggers van het puntensysteem. Het gaat dus om grotere woningen en/of woningen in woningmarkten met relatief hoge woningprijzen. Dit blijkt ook wel uit het feit dat bijna 50% van alle sociale huurwoningen volgens het ministerie geliberaliseerd zouden kunnen worden. Wat dus resteert voor de sociale sector zijn dus kleine woningen of woningen in minder aantrekkelijke woningmarkten. Los van het feit dat dat de kans groot is dat dit indruist tegen alle gemaakte lokale prestatieafspraken, kan de vraag gesteld worden wat het ministerie hier nu mee wil bereiken. Als dit de manier is om scheefwonen tegen te gaan, dan lijkt het op het hanteren van een kanon om een mug te raken. Als dit de manier is om investeringscapaciteit bij corporaties te creëren lijkt het verstandig om eerst duidelijkheid te verschaffen over de omvang van de investeringsopgave (verduurzaming, nieuwbouw, etc.) en dan overleg te voeren over de wijze waarop dit gefinancierd zou moeten worden. Als dit de manier is om de corporatiesector te halveren, dan zullen gemeenten minder bevoegdheden moeten krijgen om lokale afspraken te kunnen maken.

En dus…

En dus kunnen we concluderen dat de rol van het ministerie als vastgoedbemiddelaar vragen, onduidelijkheden en irritaties oproept. Alleen al daarom zou het beter zijn als het ministerie zich zou beperken tot een rol als beleidsmaker om zo te komen tot een zo optimaal mogelijk functionerende woningmarkt. En dat lijkt overigens al moeilijk genoeg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *